Magazine Geschiedenis van The Sleeping Beauty
  1. Magazine
  2. Geschiedenis van The Sleeping Beauty
  • 23 Nov 2017
  • Leestijd: 4 minuten

Geschiedenis van The Sleeping Beauty

Ruim 125 jaar na de première is het klassieke sprookjesballet van Marius Petipa op muziek van Tsjaikovski nog altijd dé toetssteen voor balletdansers wereldwijd. Het Nationale Ballet brengt het Russische kroonjuweel The Sleeping Beauty in de versie van de Engelsman Sir Peter Wright, met alle glans en allure die passen bij een productie die bestemd was voor het hof van de Russische tsaar. "Je moet het ballet paradoxaal genoeg wel aanpassen, wil je de traditie recht doen."

 

Tsjaikovski en Petipa

Het idee voor een balletversie van Spjasjaja Krasavitsa – Russisch voor ‘slapende schoonheid’ – was afkomstig van Ivan Alexandrovitsj Vsevolosjki, directeur van het Keizerlijk Marijinski Theater in Sint-Petersburg. In 1888 vroeg hij Tsjaikovski de muziek te componeren.

Dat Vsevolosjki zich tot Tsjaikovski wendde lag weinig voor de hand. Weliswaar was Pjotr Iljitsj Tsjaikovski een gevierd componist van symfonieën, maar van balletmuziek had hij volgens de geldende normen weinig verstand. Zijn eerste balletcompositie Het Zwanenmeer was in 1877 een flop gebleken. Gelukkig herkende Vsevolosjki de bijzondere kwaliteiten van de componist. Hij vroeg Marius Petipa de choreografie te maken. De Fransman was al sinds 1847 verbonden aan het Keizerlijk Ballet van het Marijinski Theater en stond in hoog aanzien. 

Eerbetoon

Samen met Petipa en Tsjaikovski maakte Vsevolosjki, die het balletlibretto schreef en de decors en kostuums ontwierp, van The Sleeping Beauty een eerbetoon aan tsaar Alexander III. Door te verwijzen naar het hof van Lodewijk  XIV stelden de makers het hof van de tsaar op gelijke voet met de pracht en praal waarmee de Franse Zonnekoning zich omgaf.

Niet het uitdrukken van gevoelens, maar het etaleren van elegante, oogstrelende dansen en een sprankelende virtuositeit waren voor Petipa het belangrijkst

Niettemin bleef het commentaar van Alexander III, die in januari 1890 de generale repetitie van het ballet bijwoonde, beperkt tot: ‘erg aardig’. Critici vonden het ballet ‘veel te serieus’. Zij schreven dat het werk ‘geen plot’ had en dat het ‘geen ballet is, maar een sprookje, één groot dans-divertissement’. Tsjaikovski’s muziek was volgens hen ‘te symfonisch en te zwaar’. Het publiek was echter wél erg te spreken over The Sleeping Beauty

In het Westen

Onder hen was ook de Russische impresario Sergej Diaghilev. Hij bracht The Sleeping Beauty in 1921 naar het Westen. The Sleeping Princess, zoals Diaghilev de productie doopte, leidde bijna tot het faillissement van Les Ballets Russes. Maar de belangstelling voor het ballet in het Westen was gewekt.

Diverse gezelschappen brachten vanaf dat moment eigen versies van het verhaal op de planken. De twee meest legendarische producties zijn de versie van Nicolas Sergejev uit 1939 voor het Vic-Wells Ballet (het huidige Royal Ballet) en die van Bronislava Nijinska (ex-danseres van Les Ballets Russes) en Sir Robert Helpmann uit 1960 voor het gezelschap van de Franse markies De Cuevas (deze laatste productie leidde wél tot een bankroet). 

Meedogenloze danskunst 

The Sleeping Beauty geldt tegenwoordig als het onovertroffen hoogtepunt van de Frans-Russische dansstijl. Het rijke dansvocabulaire, de lange, sierlijke lijnen waarmee de elegantie van de uitvoerenden wordt onderstreept, de muzikaliteit van de choreografie en het geloof in puurheid en perfectie dat de hele productie uitstraalt, maken het ballet tot het meest gave en succesvolle voorbeeld van Petipa’s danskunst.

Het verhalende element is daarbij van ondergeschikt belang. Niet het uitdrukken van gevoelens, maar het etaleren van elegante, oogstrelende dansen en een sprankelende virtuositeit waren voor Petipa het belangrijkst. Zijn dansjuwelen, voor het overgrote deel gezet in strakke, rechte patronen, hebben daardoor veel weg van harde, schitterende diamanten. In een dergelijke koele en heldere choreografie valt weinig te verdoezelen, zodat The Sleeping Beauty – door de bijna bovennatuurlijke eisen die aan de dansers worden gesteld – een meedogenloos ballet is, en, nog steeds, als dé toetssteen van het klassieke balletrepertoire geldt.

Peter Wright

Het Nationale Ballet danste de eerste complete Sleeping Beauty in 1968, in een versie van de Poolse choreograaf Conrad Drzewiecki. Vier jaar later werd het ballet ingestudeerd door Ronald Casenave, die zich daarbij baseerde op de productie van markies De Cuevas. Beide versies hielden maar kort stand. Dit in tegenstelling tot de derde versie die Het Nationale Ballet in 1981 uitbracht, van Engelsman Sir Peter Wright.

De voorstelling heeft alle glans, luister en allure die de keizerlijke balletmeester voor ogen stonden

Wrights Sleeping Beauty is Petipa op zijn best. De voorstelling heeft alle glans, luister en allure die de keizerlijke balletmeester voor ogen stonden. Hoewel Wright de traditie is trouw gebleven, meent hij dat het onmogelijk is om The Sleeping Beauty te dansen zoals dat meer dan honderd jaar geleden gebeurde. “Het hedendaagse publiek zou zich vervelen. Je moet het ballet dus paradoxaal genoeg wel aanpassen, wil je de traditie recht doen.”

Aankleding

Philip Prowse is verantwoordelijk voor de adembenemende aankleding van het ballet. Prowse situeerde het verhaal aan het zeventiende- en achttiende-eeuwse Franse hof. De kostuums met hun rijke details weerspiegelen de mode van die tijd, terwijl de decors een rijkdom en overdaad ademen die regelrecht uit het paleis van de tsaar lijken te stammen.

 

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van teksten van Yvonne Beumkes, Astrid van Leeuwen en Bert Westra.

Het werd eerder gepubliceerd in het luxe programmaboek van The Sleeping Beauty (seizoen 2013 / 2014).