Repertoire

Het Nationale Ballet danst een even uniek als veelzijdig repertoire. Waar andere dansgezelschappen in Nederland een vrijwel uitsluitend modern repertoire voeren, danst Het Nationale Ballet een mix van klassiek-romantische, neoklassieke, moderne én eigentijdse choreografieën. Een breed panorama van de danskunst dat zich beweegt tussen traditie en vernieuwing, en dat rust op een aantal pijlers.

Klassiek-romantisch repertoire
Een belangrijk bestanddeel van het repertoire van Het Nationale Ballet zijn (bewerkingen van) grote avondvullende, klassiek-romantische balletten, werken die stammen uit het midden van de negentiende eeuw en daarna, die de tand des tijds hebben getrotseerd en wereldwijd worden beschouwd als culturele hoogtepunten. Het zijn balletten die bij het publiek nog altijd immens geliefd zijn, en, zeker zo belangrijk, balletten die een blijvende uitdaging vormen voor klassiek geschoolde dansers. Niet zelden stellen deze klassiekers de dansers op meedogenloze wijze technisch op de proef en moeten zij daarbij hun toneelpersoonlijkheid tot uiting laten komen. Denk hierbij aan Het Zwanenmeer, The Sleeping Beauty, Notenkraker & Muizenkoning, La bayadère, Romeo & Julia, La Sylphide en Cinderella.

Neoklassiek
Onder aanvoering van de in Sint-Petersburg geboren George Balanchine (1904-1983) ontstond rond 1930 het neoklassieke ballet uit de choreografieën van Diaghilevs Les Ballets Russes. Met de techniek van het Frans-Russische ballet in z’n achterzak, vertrok Balanchine na het uiteenvallen van Les Ballets Russes naar de Verenigde Staten. Daar ontwikkelde hij de neoklassieke stroming, waarin gebruikgemaakt wordt van de klassieke techniek, maar waar veel wendingen aan worden toegevoegd, waardoor het dynamisch wordt en zeer virtuoos. Als enige gezelschap in Europa heeft Het Nationale Ballet meer dan 25 choreografieën van de Russisch-Amerikaanse choreograaf op het repertoire staan. De nadruk op het werk van George Balanchine werd ingezet door Sonia Gaskell, oprichter van Het Nationale Ballet, die zijn genialiteit al vroeg inzag.

Ook andere legendarische dansmakers - of hun erven - verleenden Het Nationale Ballet toestemming om een aantal van hun meest succesvolle werken uit te voeren. In de loop van zijn bestaan heeft Het Nationale Ballet een groot aantal werken in Nederland geïntroduceerd van choreografen die in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw de internationale danspodia veroverden. Een ander deel van het neoklassieke repertoire bestaat uit hoogtepunten van het twintigste-eeuwse ballet, variërend van repertoire van Diaghilevs Les Ballets Russes tot recente(re) creaties van internationaal toonaangevende namen als Martha Graham en Jerome Robbins en, in het bijzonder, de grootste ontdekking sinds Balanchine: William Forsythe.

Modern én eigentijds repertoire
Naast de klassieke ‘verhalende’ balletten en neoklassieke werken heeft Het Nationale Ballet een omvangrijk oeuvre opgebouwd van internationale hoogtepunten van het twintigste-eeuwse ballet. Al in de eerste jaren van zijn bestaan voerde het gezelschap, onder aanvoering van Sonia Gaskell, werken uit van Les Ballets Russes. Belangwekkende choreografieën als Petroesjka en Les Sylphides van Michel Fokine [1880-1942], Les Présages van Léonide Massine [1895-1979] en - het later aangekochte - Les Noces van Bronislava Nijinska [1891-1972] maken dan ook deel uit van het Nationale Ballet-repertoire. Als een spiegel van de twintigste eeuw.

Nieuw repertoire - levensader van een gezelschap
Het gezelschap biedt meer dan een dwarsdoorsnede van de dansgeschiedenis van de afgelopen anderhalve eeuw. Regelmatig worden topchoreografen uit binnen- en buitenland uitgenodigd om exclusief voor Het Nationale Ballet nieuw werk te creëren, onder wie Alexander Ratmansky, Chistopher Wheeldon, David Dawson, Shen Wei, Sidi Larbi Cherkaoui. Nieuw werk vormt de levensader van elk dansgezelschap - hoezeer Het Nationale Ballet de traditie van het ballet ook in ere houdt.

Frisse impulsen
Het Nationale Ballet hecht aan het geven van nieuwe, frisse impulsen aan de danskunst en wil zijn publiek én dansers laten kennismaken met werk van jonge, talentvolle choreografen uit binnen- en buitenland. Daarvoor is bij uitstek het workshopprogramma New Moves bedoeld. Hierin worden dansers uit de gelederen van het gezelschap buiten de spotlights van een reguliere avondvoorstelling gestimuleerd om te onderzoeken of er een choreograaf in ze schuilt. Voor de overige dansers geldt dat het juist een manier is om (nog) onontdekte kanten van zichzelf te laten zien.