Magazine 'De vorm moet inhoud hebben'
  1. Magazine
  2. 'De vorm moet inhoud hebben'
  • Margriet Prinssen
  • 14 Jun 2017
  • Leestijd: 8 minuten

'De vorm moet inhoud hebben'

"Een ontwerper is altijd ook een dramaturg, niks aan te doen", zegt Keso Dekker stellig. "Het decor en de kostuums verschaffen context aan een werk over de door de choreograaf bedoelde invalshoek, zeg maar ‘de boodschap’. Niet bepaald Van Manen's favoriete woord – en al evenmin dat van Ratmansky trouwens. Beiden streven, elk op eigen wijze, naar abstrahering. Maar de toeschouwer maakt zijn eigen verhaal en daar mag ik een handje bij helpen."

Samenwerking

Dekker is al decennialang de ontwerper van al het werk van Hans van Manen. Ze leerden elkaar kennen in de jaren zestig; Dekker volgde - na een studie Nederlands en kunstgeschiedenis - zijn hart, leerde het ambacht van Jean-Paul Vroom, ‘Van Manen's alter ego’, en werd kunstschilder. Hij leefde jarenlang in een commune, verdiende zijn eerste geld met trompe l'oeuils, later met vrij werk en verzeilde, ook via Van Manen, in de wereld van moderne kunst. Zijn eerste opdracht voor een decorontwerp kreeg hij begin jaren zeventig van Eric Hampton van het Scapino Ballet. In 1978 vroeg Van Manen hem om decor en kostuums te ontwerpen voor Dumbarton Oaks bij Het Nationale Ballet. Sindsdien voorziet hij al bijna veertig jaar elke stap van Hans van Manen van een ontwerp.

Ik ben nu eenmaal met hem opgegroeid en ook vergroeid, eigenlijk als een Siamese tweeling.

“Bizar om te bedenken dat we al zo belachelijk lang samenwerken”, zegt Keso oprecht verbaasd. En dat terwijl wij allebei vaak geheel overtuigd zijn van ons eigen gelijk. Gelukkig denken wij vrijwel hetzelfde. Ik ben nu eenmaal met hem opgegroeid en ook vergroeid, eigenlijk als een Siamese tweeling.” Hun samenwerking is inmiddels zo vanzelfsprekend dat ze aan een half woord genoeg hebben.

Presents

Ratmansky leerde hij kennen tijdens Present/s (2011), het 50-jarig jubileumprogramma van Het Nationale Ballet dat Dekker in zijn geheel vorm gaf. Twee dagen met maar liefst negen wereldpremières. “Dit was een krankzinnig ambitieus idee van Ted Brandsen, ongehoord riskant, nog nooit vertoond, een slijtageslag, een race tegen de klok. Voor bijna alles moest ik ontwerpen maken voor een uiteenlopende reeks choreografen. Het gekste en waarschijnlijk ook het leukste dat me ooit is overkomen. Dat het goed is afgelopen, was ook te danken aan iedereen van de organisatie, van de artistieke staf, de afdeling Techniek, de kostuumafdeling ballet; gewoonweg iedereen die van hoog tot laag in onze wereld leeft en werkt. We werden allemaal een soort zigeuners, terug bij de basis, de kern. Ik was ongelooflijk trots en een soort van dankbaar om op dat moment op die plek, met die mensen het theaterleven te kunnen omhelzen. Het waren ook echt stuk voor stuk ‘presents’, cadeaus voor het publiek, maar ook voor de makers.”

Happy end

Ratmansky maakte voor dat programma Souvenir d'un lieu cher, dat onlangs nog weer te zien was in Made in Amsterdam (maart 2017). De kennismaking met Dekker beviel Ratmansky blijkbaar heel goed. Zo goed dat hij hem vervolgens als kostuumontwerper vroeg voor Shostakovich Trilogy, de coproductie van San Francisco Ballet en American Ballet Theatre, en onlangs weer voor Odessa (mei 2017). “De oogst van Present/s bleek riant”, zegt Dekker.

“Bijzonder om met zo’n grootheid samen te mogen werken. Ratmansky wilde graag voor elk van de drie delen een eigen ‘gezicht’, dat was een van de uitgangspunten. Voor Shostakovich Trilogy stond bovendien vast dat George Tsypin het decorontwerp zou maken. Er was geen overleg met hem en ik wist van tevoren niet hoe zijn decor eruit zou gaan zien, alleen dat er rood in voor zou komen. Doorgaans ontwerp ik zowel de kostuums als het decor: dat geeft me de gelegenheid om een relatie te creëren van wederzijds nut. Anders dreigt het gevaar van een ‘blind date’ die mislukt. Dus toen was de uitdaging om toch - hoe dan ook – te zorgen voor een ‘happy end’. Voor mij het moment om mijn ego even op vakantie te sturen en om zogezegd te roeien met de overgebleven riemen... Ik zorg er trouwens toch wel voor om mijn eigen deuntje hoorbaar te maken. En bovendien heeft mijn commune-verleden me geleerd dat iedereen elke week dient af te wassen.”

Bekijk een fragment uit Souvenir d'un lieu cher van Alexei Ratmansky, laatst te zien in Made in Amsterdam (februari/maart 2017)

Fenomenaal choreograaf

“Ratmansky is een fenomenaal choreograaf; als je hem ziet werken aan een choreografie, lijkt het alsof hij het uit zijn mouw schudt. Voor zijn choreografieën schijnt Ratmansky moeiteloos te kunnen putten uit een ongebreideld arsenaal van thema's en ideeën uit het klassiek ballet, ook van bewegingsvocabulaire, terwijl hij tegelijk trouw blijft aan de traditie, zijn ‘roots’, vanuit een soort liefde denk ik. Zo goed ken ik hem echt niet, maar ik meen ergens een onvervuld verlangen in hem te bespeuren naar genadeloze moderniteit. Hij heeft een enorme artistieke bagage vanwege zijn herkomst, zijn vaderlandsliefde en ballingschap. De eenzame man in het middendeel kun je interpreteren als de componist Sjostakovitsj of eventueel als Ratmansky zelf, al zal hij dat vermoedelijk ontkennen. Maar zowel Sjostakovitsj als Ratmansky zijn ballingen en beiden hebben een complexe relatie met hun vaderland. Ook zijn joodse ‘roots’ zullen een rol spelen; ik geloof dat hij zich in New York meer Rus voelt dan ooit. Langzamerhand raak ik meer en meer gefascineerd door de woelige historie en de oneindigheid van Rusland: vreemd, dat wij westerlingen cultureel gezien halve Amerikanen zijn en dat onze kennis ten oosten van Berlijn vaak ophoudt.”

Als je met Ratmansky werkt, moet je je inlezen. Hij zal dat trouwens nooit opleggen of zelfs maar vragen, maar je voelt dat het belangrijk is om achtergrondinformatie te hebben.

“Het was duidelijk, dat ik mijn gebruikelijke – en geliefde – minimalisme niet moest inzetten bij Ratmansky, dat zou een soort beeldenstorm opleveren. Het is met choreograferen net als met ontwerpen: het is pas interessant als je kunt verantwoorden waarom je ziet wat je ziet. Ik geloof niet in esthetiek alleen om de esthetiek. De vorm moet inhoud hebben en de inhoud vorm, dat is voor mij wel een soort mantra.”

Swing

“Als je met Ratmansky werkt, moet je je inlezen. Hij zal dat trouwens nooit opleggen of zelfs maar vragen, maar je voelt dat het belangrijk is om achtergrondinformatie te hebben. Voor Odessa heb ik me verdiept in het werk van Isaak Babel; voor Shostakovich Trilogy heb ik vooral de biografieën over het werk van de componist gelezen.

Ratmansky is ook heel muzikaal en dat is toch een van de geheimen van een groot choreograaf. Je moet muziek om kunnen zetten in vorm; je moet de swing horen, de timing, de herhalingen. En weet je wat zo gek is: de man is gewoonweg nooit of te nimmer tuttig, zelfs niet als hij pantomime gebruikt. Zijn werk is hartstikke integer en hij bouwt bruggen: geen wonder dat de halve wereld aan zijn voeten ligt. En niemand werkt harder dan hij.”

De snelheid van de rok

Aanvankelijk had Dekker bedacht om de kostuums te bedrukken met foto's van de beroemde fotograaf George Platt Lynes. “Op papier zag het er fantastisch uit, maar op toneel werkte het niet. Te klein, te ver weg. Toen ben ik de fotoprints gaan beschilderen – ik kom altijd weer bij mijn oude ambacht uit. Vlak voor de première heb ik twee nachten doorgewerkt bij de Metropolitan Opera op zolder. Ik heb inmiddels aan meer dan zeshonderd producties meegewerkt als ontwerper en ik word niet meer zo heel gauw zenuwachtig, maar dit was wel heel spannend. Voor het middendeel – het meest verhalende deel – heb ik gezocht naar een balans tussen abstract en figuratief. Je ziet een man tussen drie vrouwen, zijn muzen. Sommige ontwerpers zien bij het begrip muze meteen een dame met een lauwerkrans en een harpje voor zich, maar dat is niet mijn stijl. Een voordeel van muzen is dat je ze een rok aan kunt geven en daar kan ik wel wat mee! Een rok, als die tenminste van de goede stof en snit is, kan zo heerlijk zwieren. Een rok heeft snelheid. De rok is lang taboe geweest in de balletwereld maar gelukkig mag het weer. En een kostuum mag niets aan het silhouet veranderen, dat is essentieel bij ballet. Dankzij het godswonder van de lycra is dat heel veel eenvoudiger geworden.”

De kostuums die Keso Dekker ontwierp voor Shostakovich Trilogy
Hans van Manens Symphonieën der Nederlanden, in september 2017 opnieuw te zien bij Nationale Opera & Ballet
Ook voor Live van Hans van Manen ontwierp Keso Dekker de kostuums
Frank Bridge Variations door Hans van Manen
Ook voor Two pieces for HET van Hans van Manen creëerde Keso Dekker de kostuums

Direct

“Ik ben een echte Hollander; ik voel me vrij in de omgang, ik heb niet zo’n aanleg voor formaliteiten. Ik vind het vreselijk als er een hiërarchisch bestel heerst in een gezelschap, als je eerst met de cheffin van de kostuumafdeling moet communiceren die het vervolgens weer doorgeeft via allerlei opeenvolgende schijven van belangrijkheid, tot het uiteindelijk belandt bij degene voor wie het bedoeld is. Ik wil graag direct contact met degene die aan het naaien is aan de hand van mijn ontwerp. Je hebt ook allerlei soorten ontwerpers, van die artistiekerige types die als het ware met een fluwelen baret op heel deftig hun ontwerp afleveren en daarna niks meer te maken willen hebben met de praktische invulling en afwerking. Voor mij is een ontwerp een technische tekening en daarna begint het pas. Ik vraag altijd of mensen alsjeblieft hun bek open willen trekken.”

“Gelukkig is er heel veel veranderd op het gebied van de stoffen, die zijn waanzinnig geperfectioneerd. Soms zie je de schoonheid ervan het meest als je er niet te veel aan sleutelt. Dat geldt zeker ook voor mijn werk. Ik begin altijd met 1001 dingen, om te schrappen wat overbodig is, totdat er iets overblijft wat interessant genoeg is.”

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het luxe programmaboek van Shostakovich Trilogy (2016/2017).