Magazine Daniele Gatti over Salome
  • michel khalifa
  • 22 Jun 2017
  • Leestijd: 4 minuten

Daniele Gatti over Salome

Daniele Gatti voelt zich even thuis in het operatheater als in de concertzaal. Drie jaar na zijn triomfantelijke debuut in Falstaff keert de nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest terug bij De Nationale Opera. Na de komische onschuld van Verdi’s zwanenzang buigt hij zich over Salome van Richard Strauss, een controversiële opera waarin geweld en erotiek de boventoon voeren.

In dit beknopte portret komen zijn achtergrond, zijn visie en zijn definitie van 'de goede smaak' aan bod.

In 2014 was hij nog gastdirigent, maar kort na de geslaagde DNO-productie van Falstaff werd Daniele Gatti met grote meerderheid door de musici van het Koninklijk Concertgebouworkest gekozen tot nieuwe chef-dirigent. Het ene heeft ongetwijfeld met het andere te maken. De 56-jarige Gatti bekwaamde zich in het vak van operadirigent bij het Teatro Comunale di Bologna, waar hij tien jaar lang als muziekdirecteur werkte. Later zwaaide hij de scepter bij de Opera van Zürich. Hij verdeelt zijn tijd tussen het symfonisch repertoire en de opera, soms met onverwachte raakvlakken.

De geboren Milanees heeft er vaker op gewezen dat Verdi net als Bellini en Puccini bij zijn muzikale DNA hoort.

Toen het Shanghai Symphony Orchestra hem voor het Nieuwjaarsconcert 2016 uitnodigde, stelde hij een Verdiprogramma samen. De geboren Milanees heeft er vaker op gewezen dat Verdi net als Bellini en Puccini bij zijn muzikale DNA hoort. Toch keek Gatti vroeg in zijn carrière over de grenzen heen. Hij dirigeerde al snel opera’s van onder meer Berg, Richard Strauss en Wagner, veel Wagner.

Visie

Dat hij wereldwijd in dit repertoire wordt gewaardeerd door vooraanstaande operahuizen, blijkt uit zijn engagementen uit de laatste tien jaar. Hij dirigeerde Parsifal bij de Met in New York en daarvóór vier zomers achtereen in Bayreuth. De Salzburger Festspiele vroegen hem voor Elektra en Die Meistersinger von Nürnberg, een werk dat hij onlangs nog in de Scala leidde. Vorig jaar bracht hij Tristan und Isolde in Parijs en Rome, in een enscenering van Pierre Audi. Gatti meldt met gepaste trots dat hij de enige Italiaanse dirigent is die met grote regelmaat Duitstalige opera’s leidt.

Begrijp me goed: ik ben niet conservatief, maar de muziek in een opera is geen soundtrack

Hoe zit het dan met zijn Duits? “Mijn actieve kennis van de Duitse taal is zeer beperkt, niveau overleven, maar dat is geen bezwaar. Ik weet precies wat iedere personage zingt. De geest van de muziek is belangrijker dan een perfecte talenkennis. Kijk naar Toscanini, die bijna geen Duits sprak.”

We spreken elkaar medio januari (2017 - red.), vijf maanden voor de première van Salome in de regie van Ivo van Hove. Bij de vorige DNO-productie in 2009 baarde regisseur Peter Konwitschny opzien met een heftige enscenering waarin de decadentie aan het hof van Herodes ruim baan kreeg, tot necrofilie aan toe. Dit verontrust Gatti niet. “Ivo en ik hebben al ideeën en meningen uitgewisseld. Ik heb er alle vertrouwen in dat hij met een interessante visie zal komen.”

Il buon gusto

Over de uitgangspunten van de nieuwe voorstelling houdt Gatti zich op de vlakte. Hij geeft wel graag zijn algemene mening over de inbreng van de regisseur in een operaproductie. “Opera is in de eerste plaats toneel in muziek. Het drama komt tot zijn recht dankzij de zang, de samenklanken, de orkestratie, het muzikale ontwerp. Ik vind daarom dat de regisseur altijd de muziek als uitgangspunt moet nemen. Anders kunnen de toeschouwers net zo goed naar de schouwburg gaan om gesproken toneel te zien, of naar de bioscoop om een film te bekijken. Bovendien kom ik uit het land van ‘il buon gusto’, de goede smaak. Ik kan sterke visuele boodschappen heus wel waarderen, mits die binnen de grenzen van de goede smaak blijven. Maar als een regisseur vanuit zijn eigen ego overmatig geweld op de bühne wil brengen, dan heb ik geen belangstelling. Hij is vrij om dat te doen, maar zonder mij. Begrijp me goed: ik ben niet conservatief, maar de muziek in een opera is geen soundtrack.”

Salome als instrument

Daniele Gatti, opgevoed in een vroom rooms-katholiek gezin, heeft geen enkele moeite met het broeierige verhaal van Salome, dat tenslotte uit de evangeliën komt. Hij heeft veel nagedacht over de wrede moord op Jochanaan (Johannes de Doper). “Zelf ben ik voor een kwart Joods en heb veel sympathie voor de Joden. Ik blijf me wel afvragen waarom het Joodse volk geen enkele poging onderneemt om het leven van Jochanaan te redden. Ik zie in dat opzicht een parallel met de kruisdood van Christus. Dat heb ik met Ivo besproken. Een ander aspect dat mij bezig houdt, is de vraag of Salome slechts een instrument is van haar moeder Herodias. Of zit het kwaad ook in haar eigen persoonlijkheid ondanks haar jonge leeftijd? Ik moet eigenlijk de partituur nader bestuderen. Dáár zal het antwoord liggen." 

De volgende medewerking van het Koninklijk Concertgebouworkest aan een DNO-productie staat voor 2019 gepland, wederom onder leiding van Daniele Gatti. Weet de chef-dirigent al om welke opera het gaat? Met een brede glimlach: “We zijn nog in gesprek, maar ik denk dat het Verdi wordt.”

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Odeon 106.