Magazine Christof Loy's La forza del destino
  • Klaus Bertisch
  • 04 Sep 2017
  • Leestijd: 8 minuten

Christof Loy's La forza del destino

Giuseppe Verdi’s opera La forza del destino mag dan muzikaal gezien een van de meest geliefde werken van de componist zijn, hij wordt maar zelden uitgevoerd. Een grote, veeleisende bezetting, maar ook een complexe en ingewikkelde handeling waarvan de inhoud zich over een lange tijdspanne uitstrekt, zouden daarvoor de redenen kunnen zijn.

In dit artikel neemt dramaturg Klaus Bertisch je mee in de ontstaansgeschiedenis van deze contrastrijk opera en bespreekt hij de carrière en caleidoscopische blik van regisseur Christof Loy.

Regisseurs wagen zich niet vaak aan het verhaal dat in het Spanje van de 18de eeuw begint, maar zich voor een deel ook in Italië afspeelt. In Nederland werd de opera in de jaren negentig van de vorige eeuw voor het laatst gebracht door de Nederlandse Reisopera. Bij De Nationale Opera gaan de laatste speeldata zelfs terug tot in de jaren vijftig en zestig.

Onderwerpskeuze

Verdi had, op voorspraak van de aan het plaatselijke operahuis verbonden tenor Enrico Tamberlik, vanuit Sint-Petersburg de opdracht gekregen om een opera te schrijven. Zoals bijna altijd had de componist het moeilijk met zijn onderwerpskeuze.

Aanvankelijk wilde hij het drama Ruy Blas van Victor Hugo op muziek zetten: Hugo’s teksten hadden hem eerder al veel succes gebracht (niet in de laatste plaats Rigoletto in 1851 - al moest hij daaraan talloze aanpassingen doen vanwege problemen met de censuur). Uiteindelijk viel Verdi’s keus op het drama Don Alvaro o la forza del sin van de Spaanse schrijver Àngel de Saavedra, een meesterwerk uit de Spaanse Romantiek, aangevuld met elementen uit Friedrich Schillers toneelstuk Wallensteins Lager. 

Twee versies

De wereldpremière vond in 1862 plaats in Sint-Petersburg met Tamberlik als Don Alvaro. Verdi dirigeerde het werk zelf, maar hij was niet volledig tevreden met deze versie. Ondanks het matige succes vond het werk snel zijn weg naar West-Europa en werd het in 1863 als Don Alvaro opgevoerd in Rome. Al snel volgden Madrid, New York, Wenen, Buenos Aires en Londen.

Verdi had echter al vroeg met zijn uitgever Tito Ricordi overlegd over veranderingen in de partituur. In 1868 namen deze concrete vormen aan en in februari 1869 werd uiteindelijk in de Scala van Milaan met groot succes een herziene versie opgevoerd onder de naam La forza del destino. Deze versie wordt tot op de dag van vandaag als geldige versie beschouwd en gespeeld, zoals ook in de nieuwe productie van De Nationale Opera in Amsterdam.

Bekijk La vergine degli angeli door Eva-Maria Westbroek als Leonora.

Contrasten

Na het succestrio Rigoletto, Il trovatore en La traviata zocht Verdi in de jaren erna naar nieuwe dramaturgische uitdagingen. Hij verlangde naar een gevarieerd verhaal omdat het hem de mogelijkheid zou geven om ook stilistisch veelzijdiger te kunnen componeren.

Inderdaad zijn de thema’s die in de Spaanse tekst opduiken ontzettend contrastrijk, wat er destijds zelfs toe leidde dat men het stuk grotendeels afschreef als onlogisch, absurd en onbegrijpelijk. Maar juist de contrasten die boven komen drijven in dit ‘ideeëndrama’, waarin racisme en standenongelijkheid, liberalisme en conservatisme, religieus fanatisme en oorlogszucht naast elkaar gezet worden, stelden de politiek geëngageerde componist in staat nieuwe wegen in te slaan.

Het drama wordt in gang gezet door een per ongeluk gelost pistoolschot dat de dood van de vader van Leonora di Vargas veroorzaakt. De daaruit voortkomende wraaktocht van Leonora’s broer Don Carlo tegen haar geliefde Alvaro bepaalt de handelingsstructuur.

Het is bij Verdi altijd de mens zelf die centraal staat.

Tegenover deze drie door ‘de macht van het noodlot’ gedreven hoofdpersonen staan verscheidene komische bijrollen zoals de zigeunerin Preziosilla, de joodse muilezeldrijver Trabuco en de monnik Fra Melitone. De kleurrijke lijst aan personages correspondeert met de diverse locaties als slaapkamer, klooster, herberg en kluizenaarscel.

Stilistische verandering

Bij de boetepreek van Fra Melitone hebben Verdi en zijn librettist zich gebaseerd op Schillers Wallensteins Lager, zowat woordelijk geciteerd uit de Italiaanse vertaling van Andrea Maffei. Zoals eigenlijk de hele opera slaat deze aria compositorisch gezien een brug van de middenperiode van Verdi naar zijn latere werk: stilistisch staat zij tussen de aria’s van Rigoletto of Macbeth enerzijds en de grote scènes van Jago in Otello of van Ford in Falstaff anderzijds.

Preziosilla’s ‘Rataplan’ is uitgegroeid tot een oorwurm, al zou zulke ‘mooie’ oorlogsmuziek eigenlijk een reactie van afschuw uit moeten lokken. De wraakaria van Carlos, ‘Urna fatal’, staat vol oubolligheden, wat volledig strookt met zijn karakter. Daarnaast treedt in La forza del destino het ‘volk’ op als extra hoofdpersoon.

Het is bij Verdi altijd de mens zelf die centraal staat. De mens met zijn grote emoties, die Verdi hier – blootgesteld aan de wirwar van het lot – in verschillende schetsen wil doen voorkomen als een van zichzelf vervreemd figuur. Zodat de toeschouwer inziet dat een overdreven eergevoel een net zo desastreuse uitwerking op het individu kan hebben als rassendiscriminatie of openlijk tentoongestelde oorlogszucht.

Muzikaal drama

Verdi was vastberaden om een muzikaal drama te componeren en geen opera in de klassieke zin des woords. Aan zijn vriend Cesare de Sanctis schreef hij eens dat hij niets gaf om de regels van eenheid van plaats en tijd, en ook geen ogenschijnlijk doelloze aaneenrijging van cavatines en duetten wilde. Nu heeft hij recitatiefpassages en aria’s door elkaar gevlochten.

De verscheidenheid van het materiaal met zijn diverse locaties gaf de componist ook de mogelijkheid effectieve muzikale contrasten te realiseren, waarbij er een speciale aantrekkingskracht ligt in de vermenging van het tragische met het vrolijke. Ook betoont Verdi zich een scherp observator van de mens en tekent hij zijn figuren met een ‘chiaroscuro’ dat kan wedijveren met dat van Mozart of Shakespeare.

Aan zijn vriend Cesare de Sanctis schreef hij eens dat hij niets gaf om de regels van eenheid van plaats en tijd.

Wat in de eerste versie van het werk nog een kort voorspel was, wordt in de voor het Teatro alla Scala bewerkte tweede versie een breed uitgesponnen ouverture. Hierin presenteert Verdi een veelheid aan thema’s die in de loop van het stuk terugkeren en met name betrekking hebben op Leonora, waaronder het onheilspellende noodlotsmotief dat de hele opera beheerst. Met zijn bijna symfonische allure werd deze ouverture Verdi’s bekendste voorspel, en hij weerklinkt dan ook vaak in concertzalen.

Christof Loy

Als het ware turend door een caleidoscoop laat regisseur Christof Loy ons deelnemen aan de vele vertakkingen van dit verhaal, ontvouwt hij voor ons een wereld van beelden die in al haar absurditeit toch logisch lijkt en begeleidt hij ons langs het levenspad van het hoofdpersonage Leonora.

In zijn productie van Moesorgski’s Chovansjtsjina heeft de regisseur al meesterlijk laten zien hoe je een historisch complex drama en een aangrijpende persoonlijke geschiedenis betekenisvol met elkaar kunt verbinden, en hij heeft daarbij ook nog de moderniteit van die vreemd aandoende, historisch ver van ons verwijderde materie aanschouwelijk gemaakt. Een belangrijke productie voor zowel Loy, de receptie van het werk als voor De Nationale Opera.

Regisseur van het jaar

Intussen is Loy bij de International Opera Awards in Londen uitgeroepen tot regisseur van het jaar en heeft hij bij de Salzburger Pfingstfestspiele met groot succes Händels Ariodante geënsceneerd. Sinds Chovansjtsjina heeft hij twee wereldpremières op de planken gebracht (Hamlet van Anno Schreier in Theater an der Wien en Edward II van Andrea Lorenzo Scartazzini in de Deutsche Oper Berlin) en een meesterwerk uit het veristische operarepertoire: Fedora van Umberto Giordano in Stockholm.

Zijn bandbreedte als regisseur lijkt vergelijkbaar met de veelvoud aan thema’s die we in La forza del destino voorgeschoteld krijgen. Zonder oppervlakkig modernisme dringt hij door tot de kern van zijn personages en maakt hij ze begrijpelijk voor de toeschouwer van vandaag. In zijn ensceneringen slaagt hij erin de complexiteit van een werk als kwaliteit op te voeren, waarbij hij de verschillende lagen van een werk juist niet probeert glad te strijken of uit te balanceren, maar met een eigen mix van historiciteit en moderniteit de personages heel dicht bij zijn publiek brengt.

Dat hij graag met verschillende decorontwerpers werkt vindt zijn oorsprong in de diversiteit van de stukken waar hij zich mee bezighoudt.

Daarbij tekent hij zijn karakters met een grote psychologische precisie en weet ontroerende intieme momenten net zo goed vorm te geven als grote massascènes. Ook choreografie speelt in de ensceneringen van Christof Loy een belangrijke rol. Als bijna geen andere regisseur weet hij dans binnen een opera een dramaturgische functie te geven, en niet alleen als decoratief accessoire te behandelen.

Na Les vêpres siciliennes presenteert Loy nu in Amsterdam voor de tweede keer een Verdi-opera, nadat hij zich lange tijd verre heeft gehouden van dit repertoire. Misschien zijn het juist complexiteit en verscheidenheid die de regisseur aanspreken. Dat hij graag met verschillende decorontwerpers werkt – in Amsterdam nu voor het eerst met Christian Schmidt – vindt zijn oorsprong in de diversiteit van de stukken waar hij zich mee bezighoudt. Loy scheert niet alles over één kam en wil ook helemaal niet dat al zijn regiewerk er hetzelfde uitziet.

 

Vertaald door Eva Peek.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Odeon 107.

Meer lezen over dit onderwerp? In het boek Verdi geeft journalist en operakenner Julian Budden geeft een uitgebreid overzicht van het leven deze Italiaanse componist. Dit boek is online verkrijgbaar bij Athenaeum boekhandel voor €30,95.