Magazine Choreograaf Ernst Meisner: ‘Het is nooit af’
  • Eva Peek
  • 12 Jul 2017
  • Leestijd: 7 minuten

Choreograaf Ernst Meisner: ‘Het is nooit af’

Wie het CV van Ernst Meisner onder ogen krijgt begint het snel te duizelen. Na een veertienjarige carrière als professioneel balletdanser, is hij nu fulltime artistiek coördinator van de razend succesvolle Junior Company – de kweekvijver van Het Nationale Ballet. “Echt een fantastische uitdaging. Ik sta bijna letterlijk tussen de jonge garde, het tableau en de artistieke staf in.” 

En dat is nog maar de helft van het verhaal: Meisner heeft zich de afgelopen jaren namelijk ook ontwikkeld tot een van de meest in het oog springende choreografen van dit moment. Komend seizoen presenteert hij voor de vierde keer een grote choreografie voor Het Nationale Ballet: in het programma Dutch Doubles 2018 werkt hij samen met internationaal vermaarde harpist Remy van Kesteren.

Van Lelystad naar Londen

Meisner groeit op in een muzikaal gezin in Lelystad . "De eerste dansvoorstelling waar ik aan meedeed was in het oude Agora theater. Ik herinner me dat we een dans met vuilnisbakken deden. Dat was geloof ik niet zo goed: ik moest nog veel leren," vertrouwde hij al eens lachend aan een interviewer van de Flevopost toe. Maar héél slecht kan het niet geweest zijn, want in 1992 wordt Meisner aangenomen aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam en zes jaar later aan de prestigieuze Royal Ballet School in Londen.

Na zijn afstuderen blijft hij in Londen als danser verbonden aan The Royal Ballet, tot hij in 2009 door Ted Brandsen naar Nederland wordt gehaald. Meisner volgt op dat moment een dansmanagementcursus in het kader waarvan hij, als een soort stage, zes weken mee mag lopen met Ted en andere directie-en stafleden van Het Nationale Ballet. Hij wordt direct uitgenodigd om bij Het Nationale Ballet te komen dansen.

Dansen met Canta's

Meisner heeft zijn eerste stappen als choreograaf dan al gezet, in de choreografieworkshops van The Royal Ballet heeft. Eenmaal in Amsterdam krijgt hij écht de smaak te pakken. Naast zijn dagelijkse werk als Grand Sujet creëert hij de eerste kleutervoorstelling in de geschiedenis van Het Nationale Ballet, De Kleine Grote Kist (2001), en de stukken And after we were (2011), Saltarello (2012) en Thais (2013). Zijn meest opzienbarende voorstelling uit die tijd is waarschijnlijk het onorthodoxe The Dutch National Canta Ballet (2012), een choreografie voor 40 dansers van Het Nationale Ballet en 60 bestuurders van een Canta-autootje, opgevoerd in de Amsterdamse Westergasfabriek.

Maar Meisner beperkt zich niet tot choreograferen voor Het Nationale Ballet alleen, of zelfs maar tot Nederland. Hij maakt werk voor TEDx (2011) en creëert ter gelegenheid van de heropening van het Stedelijk Museum in Amsterdam het stuk On the steps of/to (2012). Hij choreografeert stukken voor de dansers Daria Klimentova en Vadim Muntagirov voor dansfilms van Crystal Ballet, en maakt de choreografie voor Bounden, een dancegame-app van GameOven Studios. Begin 2013 creëert hij Study in Six op muziek van Jude Vaclavik, voor het New York Choreographic Institute, dat gelieerd is aan het New York City Ballet.

Embers (2013)
No Time Before Time (2016)
Narnia: De leeuw, de heks en de kleerkast (2015)

Junior Company

In 2013 stopt Meisner met dansen om zich volledig op zijn andere projecten te kunnen richten - in de eerste plaats de kersverse Junior Company waar hij artistiek leider van wordt. Met zijn 31 jaar is hij dan eigenlijk nog lang niet toe aan het ‘danserspensioen’- dat meestal zo rond de 38 jaar ingaat. Maar deze kans grijpt hij met beide handen aan, een ‘once in a lifetime opportunity’ noemt hij het. Het is een meer dan fulltime baan: Meisner is als coördinator (mede-)verantwoordelijk voor de repetitieschema’s, de publiciteit en de programmering, en uiteraard ook artistiek betrokken als repetitor en choreograaf. 

Op het openingsgala van Het Nationale Ballet in 2013 staan zijn Juniors voor het eerst op het grote podium met een speciaal voor hen gemaakte choreografie van Meisner: Lollapalooza. Hij blijft in jaren die volgen choreografieën maken voor de Junior Company, zoals Embers (2013), No Time Before Time (2016) en ook de veelgeprezen ‘hiphop meets ballet’-voorstelling, een coproductie van Het Nationale Ballet en ISH: Narnia: De leeuw, de heks en de kleerkast in 2015.

Het is heel fijn om een paar weken de tijd te hebben om met de dansers aan de slag te gaan in de studio. Daar kan niks tegenop.

Aan alles is te zien dat Meisner met volle teugen geniet van het coachen van jong talent, maar naast de Junior Company lonkt het werk als choreograaf voor het ‘grote’ gezelschap. “Ik vind het allebei geweldig om te doen en ik hoop de twee functies te kunnen blijven combineren. Het is heel fijn om een paar weken de tijd te hebben om met de dansers aan de slag te gaan in de studio. Daar kan niks tegenop.”

Die kans krijgt hij gelukkig ook: in 2014 maakt Meisner Axiom of Choice voor het programma Back to Bach, in 2016 het duet Merge met Igone de Jongh en Martin ten Kortenaar voor het programma Transatlantic, en in februari 2017 maakte hij In Transit voor het voor het programma Made in Amsterdam. Op stapel staat een nieuw werk voor het programme Dutch Doubles in maart 2018, in samenwerking met harpist Remy van Kesteren.

Axiom of Choice (2014)
Merge (2016)
In Transit (2017)

Veelzijdigheid

Nu hij met het project met Remy van Kesteren zo nadrukkelijk in de voetsporen van Hans van Manen treedt, is het verleidelijk Meisner’s werk te vergelijken met dat van de grootmeester. Zelf ziet hij liever af van parallellen met de beroemde Nederlandse choreograaf die een reputatie heeft die je met recht 'larger than life' kan noemen. Na de première van zijn Axiom of Choice - toen ook al zij aan zij geprogrammeerd met het werk van Van Manen - zei hij daarover: “Ik probeer daar niet te veel over na te denken, ik wil vooral op mijn eigen manier choreografieën bedenken.”

Het zou Meisner ook geen recht doen om hem in één hokje te proberen te duwen, daar is hij simpelweg te veelzijdig voor. Hij maakt met even veel plezier een choreografie op Bachs Concert voor hobo en viool in c-mineur (BWV 1060) als op de complexe moderne composities van Joey Roukens met elementen uit de rock- en elektronische dancemuziek, maakt verhalend werk over het sprookje Narnia of een geëngageerd en abstract werk over de gejaagdheid van onze moderne tijd.

Nieuwe paden

Gemene deler is wel dat Meisner in al deze uiteenlopende projecten probeert om vertrekkend vanuit de klassieke ballettraditie nieuwe paden te bewandelen. "Klassiek ballet – maar wel van 2016", schrijft Het Parool na het zien van Merge. Meisner zelf zegt over zijn relatie met de klassieke traditie: “Als choreograaf ben je je natuurlijk bewust van je dansgeschiedenis, van alles wat er voor jou is gemaakt. Een deel daarvan zit ook in je dansgeheugen, sommige bewegingen heb je zo vaak gemaakt, die zitten als het ware in je lichaam of in je geest – of allebei – verankerd. Je begint met wat je kent, bewust of onbewust, en dat vul je zelf aan. Ik vind het heerlijk om een middag in mijn eentje in de studio te werken, als het ware een vocabulaire-onderzoek te doen: wat is mogelijk en wat niet? Wat past bij deze muziek en wat absoluut niet? En waarom eigenlijk niet?”

Dat herken ik als maker: je bent eeuwig aan het zoeken. Het is nooit af.

Een maker waar hij zich waarschijnlijk ook niet aan zou willen spiegelen, maar waar zich wel mee verwant voelt is de Rus Alexei Ratmansky. Als danser was Meisner al van hem onder de indruk, en nu hij zelf choreograaf is herkent hij zich in Ratmansky's permanente zoektocht naar de juiste vorm. “Ik vond het vooral heel bijzonder hoe hij met de dansers werkte. Hij was eeuwig aan het zoeken. Het was nooit af, maar hij betrok de dansers bij die zoektocht. Dat herken ik als maker: je bent eeuwig aan het zoeken. Het is nooit af.”